De Slang

De Slang cover
Kaft van De Slang

De roman De slang, waarmee de toen tweeëntwintigjarige Stig Dagerman in 1945 debuteerde, is uit diverse vertellingen opgebouwd en gebaseerd op de ervaringen die Dagerman opdeed in militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Volgens Dagerman zelf is De slang ‘een boek over de sterkste van alle menselijke driften, de angst, die door de schrijver met helder en koel intellectualisme wordt ontleed. Hij onderzoekt hoe de vrees een groep mensen in haar greep krijgt en hoe zij onder die druk reageren, vanuit ieders persoonlijke achtergrond. De stelling die hij probeert te bewijzen is dat het van wezenlijk belangis het bestaan van de primitieve oerangst te erkennen; die mag niet ontkend worden. Het samenleven met die angst is de enige levensvorm die de mens tenminste enige kans kan bieden zichzelf te ervaren.’ De slang was een van de belangrijkste debuten in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Dagerman werd niet alleen als een grote belofte beschouwd door zijn oudere collega’s en door de critici, maar werd tegelijkertijd een soort idool voor de ‘verloren generatie’, volwassen geworden in de jaren tussen het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog en de atoombom op Hiroshima. Het waren rollen die Dagennan gewillig op zich nam, maar die hem uiteindelijk noodlottig zouden worden. Hij zou blijven proberen de primitieve kracht van De slang te evenaren en de stelling die hij had verdedigd te bewijzen aan de hand van zijn eigen leven, tot zijn angst hem de baas werd en hij in 1954 een eind aan dit leven maakte.

– Stilte, reinheid, de zee () en steeds weer de angst die als een nevel optrekt uit zijn literaire werk, zijn woorden en zinnen achterlatend als een landschap op een huiveringwekkend koude winterdag.

John Albert-Jansen Recensies Atte Jongstra (02-07-1988), De plicht dammen af te breken. Vrij Nederland

The principal theme of this collage' of military scenes during a hot summer camp is fear of living, symbolized by the serpent, which instigates fear. Stig Dagerman expresses loudly his hatred of the iron chain of the State, the dispenser of security (this demoralizing order’), his anti-middle class sentiments (`the quiet happiness’) and his nausea of the horrible world of the adults (generation conflict). The only solution for him is an epoch of new intellectualism. At the end of the book, the author unveils the real sense of his literary vocation: destroy all barriers; only those who really understand the fear of living can appraise it.

The different scenes brushed in this book are very uneven, sometimes very hard, sometimes rather static, sometimes superficial. Overall, there is an atmosphere dominated by violent emotions and sexual provocations, but the author’s writings don’t always sufficiently `bewitch’ the reader and convince him that there is a ‘real’ fear of living.

This book has not the same high standard as `A burnt Child’. Only for Stig Dagerman fans. Or. title: Ormen